De school

De school heet Jhr. Willem Versluijsschool. Waarom eigenlijk?

Jonkheer Willem Versluijs was een landedelman die in de 19e eeuw op een buitenplaats te St. Jan ten Heere woonde. Deze heeft een rol gespeeld in de locale kerkgeschiedenis. Hij steunde met bezittingen en geld de bijeenkomsten van de Afgescheidenen. Hier ligt het eerste begin van het ontstaan van de Gereformeerde Gemeente te Aagtekerke.

Sint Jan ten Heere is niet meer dan een ‘gehucht’, gelegen aan de weg tussen Aagtekerke en Westkapelle. Niet meer dan een handvol arbeiderswoningen en boerderijen uit de late 19e eeuw, een vliedberg en enkele namen van wegen herinneren aan wat is geweest. Toch heeft Sint Jan iets in zich wat terug doet denken aan een rijk verleden. Dat verleden gaat ver terug tot de vroege Middeleeuwen ( de 7e eeuw), toen er een klooster lag. Na verschillende malen te zijn verkocht, kwam de buitenplaats in handen van de Middelburgse schepen Johan Pieter van de Brande, die er een fraai herenhuis liet bouwen en de buitenplaats opnieuw inrichten. Het was toentertijd één van de grootste (72 ha.) en meest luxe buitenplaatsen van Zeeland.
De dochter van Van de Brande trouwde met Marinus Emanuel Cornelis Versluijs, die bij zijn overlijden in 1825 de buitenplaats aan zijn derde zoon Willem naliet. Die woonde daar vanaf 1827 tot zijn dood.

Willem Versluijs werd geboren op 3 november 1798. Hij woonde op zijn buitenplaats en trouwde op 20 oktober 1836 opmerkelijk genoeg niet met een meisje van stand, maar met zijn 27-jarige dienstbode Elisabeth Cornelia Massee. Hun huwelijk bleef kinderloos. Eén van de getuigen bij het huwelijk was Johan Willem Vijgeboom, die als tuinman werkzaam was op de buitenplaats.

Kerkelijk was er in de laatste jaren van de 18e eeuw het een en ander gebeurd. In de Hervormde Kerk was een prediking die, in plaats van te wijzen op bekering en het leven naar Gods Woord, zich voornamelijk bezig hield met het deugdzaam leven en het leven als een goed burger. Maar de eenvoudige vromen verlangden naar het horen van de gangen die de Heere met Zijn volk houdt, naar de weg der bekering. Al meer gingen die mensen uitwijken naar de gezelschappen. Daar werd, met alle gebrek, de zgn. aloude waarheid nog gevonden. God op het hoogst verheerlijkt en de mens op het diepst vernedert, daar ging het hen om.
Ds. H.J. Budding van Biggekerke was het die de prediking bracht die ze zochten. Hij kreeg door zijn prediking en radicale optreden problemen met het Klassikaal Bestuur. Dit leidde tot afscheiding uit de Hervormde Kerk. Hij stichtte te Biggekerke de eerste Afgescheiden gemeente op Walcheren. Maar op meer plaatsen voelde men behoefte tot het komen tot een eigen gemeente. Veel tegenstand kregen hij en zijn volgelingen te verduren.
Op 28 augustus 1836 ging hij over tot het stichten van een gemeente op de buitenplaats Sint Jan ten Heere. Jonkheer Versluijs gaf graag toestemming om op zijn buitenplaats samen te komen. Bij die eerste kerkdienst waren ruim 200 personen aanwezig. ‘Tuinman’ Vijgeboom ging in de wekelijkse diensten voor als oefenaar.

Veel heeft Jonkheer Versluijs voor de Afgescheiden gemeenten op Walcheren betekend. Deze schatrijke edelman had zijn naam en goederen over voor de vaak verdrukte geloofsgenoten. Met raad en daad stond hij hen bij en nooit was een beroep op hem tevergeefs. Velen hadden (indirect) met hem te maken wat betreft de landbouw en de handel. Verschillende keren werd hij en zijn volgelingen door de rechtbank boetes opgelegd, die hoog opliepen. Steeds weer was het de Jonkheer die bereidwillig betaalde, ook voor anderen. In later jaren stelde hij ook zijn grote woning in Middelburg ter beschikking van de Middelburgse Afgescheidenen, die daar kerkdiensten hielden.
In later jaren preekten ook Ds. L.G.C. Ledeboer, ds. P. van Dijke en de oefenaars J. Vader, F. Braam en D. Janse op Sint Jan ten Heere.

Toen de Jonkheer op 3 september 1875 overleed, was het verdriet groot onder de gemeenteleden. Hoe zou het nu verder moeten zonder hun beschermheer? Op die vraag werd al spoedig een antwoord gegeven. Hij had in zijn testament de gemeenten bedacht. De Middelburgse gemeente erfde zijn herenhuis aldaar en een grote bedrag aan geld. De gemeente van Sint Jan ten Heere viel daar als afdeling onder. De buitenplaats werd verkocht en korte tijd daarna gesloopt. Van de stenen die vrijkwamen werd een nieuwe kerk gebouwd aan de Prelaatweg.

Over het persoonlijk geloofsleven van Jonkheer Versluijs is weinig bekend. Wel wordt er onder de ouderen nog altijd met achting gesproken over ‘meneer Versluus’. Hij was een man met een warm hart voor zijn personeel en arbeiders. Door Gods voorzienigheid mocht hij zijn leven en gaven ter beschikking stellen van de Kerk des Heeren en het behoud van de zuivere prediking van Gods Woord. Zijn naam leeft nog voort onder ons en wordt in dankbare herinnering gehouden door de naam van onze school.

Zie ook: